Het verleden van Pekela. De tijd van toen, waar is ze gebleven? Het oude zwembad

Joop Bondrager, Henk Snakenborg en Bert Panneman, beheerders van de Facebookpagina De Roegbainders, tonen op gezette tijden oude beelden van Nieuwe of Boven Pekela. Dit keer het oude zwembad.

Landelijk gelegen tussen de weilanden en omzoomd door statige bomen op een hoge graswal lag het oude zwembad verscholen. Er liep een smalle laan naar toe langs één van de vele kaarsrechte zijkanalen in de Veenkoloniën, 'wijken' genaamd. Officieel heette deze laan 'Poortmanswijk', maar die werd in de volksmond veelal 'Zwembadloane' genoemd. Dat was een toepasselijke naam, want hoewel deze laan doorliep tot aan het dorp Alteveer, werd deze laan voornamelijk gebruikt om naar het oude zwembad te gaan.

Het voordeel van deze smalle laan was dat er daardoor geen auto’s konden komen, een veilige weg dus voor de kinderen, die met de fiets of te voet kwamen. Om in het zwembad te komen, moest je eerst een kleine trap afdalen, waarna je onder een poort doorliep. Aan de rechterkant bevond zich het loket, waar een entreekaartje kon worden kopen. Dit loket werd al jaren lang gerund door een in kinderogen stokoude vrouw.

Door grotere jongens werd aan het kleine grut verteld dat je ook zonder kaartje of abonnement binnen kon komen. Je moest gewoon bij het loket, waar je twee fonkelende brillenglazen aankeken vanonder een grijs permanent, zonder op of om te kijken doorlopen en daarbij achteloos 'Abonnement' roepen. Uiteraard hadden wij die niet …

 

Nooit duiken

Nieuwelingen werd altijd eerst verteld, dat je nooit voorin het eerste bad mocht duiken, omdat het daar maar 20 centimeter diep was. Je kon namelijk de bodem nauwelijks zien, omdat het natuurlijke en troebele zwembadwater gewoon uit het zijkanaal was gepompt.  Er werd dan ook altijd bij verteld dat er op die plek ooit een jongen in was gedoken, vervolgens zijn nek had gebroken en daarna verlamd was geraakt.

Het eerste bad was bedoeld voor de kleinere kinderen (er was ook nog een pierenbadje voor kleuters), die nog niet konden zwemmen; het tweede bad voor de grote en de volwassenen, die overigens vaak ook niet konden zwemmen, een (nog) normaal verschijnsel in de jaren zestig.

Het derde bad was erg diep en bedoeld voor de geoefende zwemmers. Dit derde bad had ook een duikplank, maar de glijbaan in het tweede bad was toch de grootste attractie.

Zwemlessen waren een beproeving: overdekte en verwarmde zwembaden bestonden toen alleen nog maar in grote steden en er werd in de zomer daarom ook bij koud, regenachtig weer 'gewoon' gezwommen voor het zwemdiploma.

Klaas de Grooth

Een bijzondere verschijning in het oude zwembad was Klaas de Grooth, die de bijnaam 'Potifar'had. Hij was bij velen bekend als de legendarische zondagschoolonderwijzer. Onvoorstelbaar lang kon deze man drijvend op zijn buik en met zijn gezicht onder water zijn adem inhouden, waarna hij dan opeens luid snuivend en proestend weer boven water adem haalde.

Op een gegeven moment viel het besluit het zwembad te sluiten, omdat het niet meer voldeed aan de moderne richtlijnen voor hygiëne. In plaats daarvan kwam een kleiner chloorbad in de nieuwbouw, voor een groot deel bijeengespaard door middel van een inzamelingsactie onder de bevolking. Na een aantal jaren werd ook dit zwembad gesloten en gesloopt.

Besloten werd dat er in de beide Pekela’s, in plaats van openluchtbaden, een tropisch zwemparadijs moest komen, maar ook dit bad - Atlantis - moest na een aantal jaren dicht vanwege de hoge kosten.