De mensen van het Ommelander - deel 5

In de serie ‘De mensen van het Ommelander’ vertellen medewerkers van verschillende afdelingen binnen het Ommelander Ziekenhuis Groningen over hoe hun werk is veranderd ten gevolge van corona. De komende tijd staan wekelijks op deze plek hun verhalen. Dit keer is het woord aan Lucy Koster, facilitair medewerker schoonmaak.

“Het aantal patiënten en bezoekers dat naar het ziekenhuis komt neemt weer sterk toe. Na een bizarre hectische periode, waarin ook voor ons heel veel veranderde, vallen wij van de afdeling schoonmaak langzamerhand weer terug op onze vertrouwde werkwijzen. Maar het is vooral belangrijk dat we heel alert blijven en dat we – mocht er een tweede golf met coronapatiënten komen - snel weer kunnen opschalen. COVID-19 is voorlopig natuurlijk nog lang niet verdwenen.”

Contactpunten

“Het is in ons werk nu ontzettend belangrijk om te zorgen dat alle contactpunten in het ziekenhuis brandschoon zijn. Deuren en deurklinken, handgrepen, alarmbellen, lichtknoppen, kranen, nachtkastjes, tafels, afstandsbedieningen, leuningen, noem maar op. Overal waar mensen met de handen aanzitten, door het hele ziekenhuis heen. Hier letten wij natuurlijk altijd al goed op, maar nu nog eens extra om ieder mogelijk besmettingsgevaar uit te sluiten. Tijdens ons werkoverleg wordt hier steeds veel aandacht aan besteed. Het ziekenhuis goed schoon houden is misschien geen hogere wiskunde, maar een uitstekende hygiëne is wel van groot belang, juist nu!”

Verdenking op corona

“Er liggen op dit moment geen patiënten met corona meer in het Ommelander Ziekenhuis, maar soms ligt er iemand met een verdenking op corona. Zolang de testuitslag van een patiënt nog niet binnen is, nemen wij volgens protocol bij het schoonmaken van zijn of haar kamer alle nodige maatregelen. Dus we blijven in deze situatie werken in onze beschermende kleding, met mondkapje en spatbril. Voor de rest komen wij weer steeds meer in ons normale ritme, waarin we ons werk uitvoeren aan de hand van een stippenkaart met verschillende kleuren. Deze stippenkaart is bevestigd aan onze schoonmaakkar. Op basis van de kleur, die de verpleging aangeeft op de deur van een patiëntenkamer, kunnen wij zien hoe we de ruimte qua schoonmaak moeten aanpakken. Bij elke kleur hoort weer een ander protocol.”

Druk afgenomen

“Gelukkig is de druk op de schoonmaak ondertussen wat afgenomen. Na alle soms dagelijks geüpdatete protocollen tijdens het hoogtepunt van corona, is het werk de afgelopen weken iets minder hectisch geworden. Op de corona-afdeling werkten wij met dienstroosters van een halve dag, omdat het werken met alle beschermende maatregelen veel intensiever is. Je krijgt het dan echt behoorlijk warm tijdens het schoonmaken! Inmiddels zijn we weer terug naar hele werkdagen. Als collega’s hebben wij de afgelopen periode goed op elkaar gelet, we vragen elkaar geregeld hoe het met de ander gaat. Er is van ons allemaal een flexibele opstelling gevraagd, maar dat is geen enkel probleem. Het werk gaat nu eenmaal anders in deze tijd. Wij merken ook dat onze houding wordt gewaardeerd.”

Groepsgevoel

“Ik heb het groepsgevoel in het ziekenhuis de afgelopen periode bijna als onwerkelijk ervaren: iets om over 20 jaar nog steeds over te vertellen. Door te werken op afgesloten afdelingen, krijg je een heel andere beleving. Patiënten die helemaal niemand mogen zien, grijpen iedere kans aan om even een praatje te maken. Zo blij zijn ze dat er iemand in de kamer is. Ik heb er zelf niet lang over na hoeven denken toen mij werd gevraagd of ik wilde schoonmaken op de corona-afdeling. Het gaf mij een fijn gevoel dat ik in deze bijzondere tijd iets kon betekenen en m’n steentje kon bijdragen. Als schoonmaakster ben je misschien een kleine schakel, maar alle schakeltjes zijn wel van belang. We doen het samen, ook nu de uitgestelde zorg weer wordt opgeschaald. Dat geeft binnen het ziekenhuis echt een gevoel van verbinding.”

Alert blijven

“Ik hoop dat het niet meer nodig zal zijn, maar we kunnen altijd terugvallen op het draaiboek dat we de afgelopen tijd hebben gebruikt. We hoeven het wiel gelukkig niet meer opnieuw uit te vinden. Ook zijn we ons er bewuster van geworden dat er zomaar iets kan gebeuren. We blijven daarom alert en onderling houden we oog voor elkaar. De wereld gaat langzaamaan weer ‘open’ en dat vind ik voor mezelf best spannend... Maar nu is het vooral belangrijk dat de overige zorg veilig steeds verder kan worden uitgebreid. Daar werken we met z’n allen keihard aan.”