‘Geert Teis herbegraven in Stadskanaal? Goed idee’

Hij ligt in een eenzaam graf in Ruurlo. De bijna vergeten laatste rustplaats van Geert Teis roept bij Jan Mooibroek de vraag op of het mogelijk is de schrijver van het Gronings volkslied te herbegraven in zijn geboorteplaats Stadskanaal. Een goed idee, vinden anderen.

Geert Teis hoort niet in Ruurlo, zegt Jan Mooibroek. Een van de oervaders van de Groningse streektaal en schrijver van het Grunnens laid (‘Van Lauwerszee tot Dollard tou’) ligt begraven in Gelderland, maar zijn thuis is de Veenkoloniën. De Stadskanaalster Mooibroek wil daarom de mogelijkheid van een herbegrafenis in Teis’ geboorteplaats onderzoeken.

Mooibroek is geïnteresseerd in de plaatselijke geschiedenis en doet onderzoek naar leven en werk van zijn plaatsgenoot Gerhard Willem Spitzen (1864-1945). De onderwijzer werd bekend vanwege de toneelstukken, verhalen en gedichten die hij onder het pseudoniem Geert Teis Pzn. schreef.

In Ruurlo overleden en begraven

,,Spitzen belandde na vele omzwervingen, met name in het westen des lands, in Ruurlo en is daar overleden en begraven. De Historische Vereniging Old Reurle stuurde mij op verzoek een foto van het graf. Dat daar een bekende Groninger lag, bleek niet helemaal bekend. Ik vond het een eenzame rustplaats. De urn van zijn vrouw Jantina bevindt zich in het columbarium in Velzen. Misschien dat ze zelfs als echtpaar herbegraven kunnen worden in de Veenkoloniën, waar beiden vandaan kwamen.’’

Theater Geert Teis

Geert Teis is met tijdgenoot en dirigent/componist Cornelis Dopper (1870-1939) de bekendste inwoner van Stadskanaal, waar de schrijver niet wordt vergeten. Een plaquette zit in de zijmuur van zijn geboortehuis en Theater Geert Teis en het Geert Teisplein zijn naar hem vernoemd, evenals twee straten: de Geert Teisstraat en de G.W. Spitzenstraat.

Folkzanger en presentator Henk Scholte, opgegroeid in Stadskanaal en fan van het werk van Teis, lijkt het een goed initiatief: ,,Het is volgens mij zelfs al eerder geprobeerd, in de jaren 70, maar dat weet ik niet zeker. Ik vind het best. Winkler Prins is ook met groot vertoon in Veendam herbegraven. De Knoalsters moeten het wel zelf willen. Het lijkt me iets voor het Streekhistorisch Centrum om dat op te pakken. Ik zit niet om werk verlegen, maar wil wel meedenken.’’

Herbegrafenis Winkler Prins

Helen Kämink, directeur van het Streekhistorisch Centrum in Stadskanaal, staat er echter wat dubbel in. ,,De herbegrafenis van Anthony Winkler Prins én zijn vrouw in Veendam in 2005 ging inderdaad met veel publiciteit gepaard en dat is altijd goed natuurlijk. Petra Maters, die dit vanuit het Veenkoloniaal Museum regelde, gaf ook aan dat het een meerwaarde is voor een plaats om zich met een bekend iemand te kunnen identificeren. Dat kunnen wij al met Cornelis Dopper, die een standbeeld heeft op het Raadhuisplein, maar Geert Teis is in Groningen toch wat bekender. In die zin is het positief wanneer zoiets georganiseerd wordt. Zoveel bekende ‘nazaten’ heeft Stadskanaal met zijn relatief korte geschiedenis niet.’’

Ze vindt dat iedereen moet weten hoe zijn leefomgeving is geworden zoals die is, waarom de kanalen zijn gegraven, door wie en met welk resultaat, om begrip en waardering te krijgen voor wat er is en voor waar hij of zij ‘weg’ komt.

Veenarbeiders en kanaalgravers

Kämink: ,,Waar ik wel moeite mee heb, is als personen worden verheerlijkt. Het zijn vaak de rijken die meer sporen hebben nagelaten dan de armen, terwijl die ook een belangrijke rol hadden. Zonder veenarbeiders en kanaalgravers, veelal anoniem gebleven, hadden de bewoners van die mooie villa’s langs het kanaal hun kapitaal niet kunnen vergaren en vermeerderen. Die villa’s staan er vaak nog, de arbeidershuisjes zijn allang afgebroken.’’

‘Was Spitzen onomstreden?’

,,Die persoonsverheerlijking vind ik niets en heeft ook al tot behoorlijke missers geleid. Op wie valt er helemaal niets aan te merken? Was Spitzen als persoon onomstreden? Dat weet ik niet. Ook moet je je bij een herbegrafenis afvragen of iemand dat zelf gewild zou hebben. Geert Teis is na zijn vertrek nooit meer terug geweest in Stadskanaal. En er mag natuurlijk niet voorbij worden gegaan aan de wens van de nabestaanden.’’

Kämink ziet, als het zover komt, wel een rol weggelegd voor het Streekhistorisch Centrum. ,,Dan moeten we het daar met een groepje betrokkenen en deskundigen eens goed over hebben. Voor ons staat voorop dat het gaat om de waardering voor zijn werk als onderdeel van de cultuurgeschiedenis, niet in eerste plaats om de persoon.’’

Welwillend tegenover creatieve ideeën

De gemeente Stadskanaal wacht af, aldus een woordvoerder. ,,Wij kunnen daar nog niets mee. Er moet eerst een concreet idee komen voordat wij onze rol kunnen bepalen. We staan welwillend tegenover creatieve ideeën, maar zijn niet de partij die dit gaat trekken.’’

Een prima idee, zegt ook Petra Maters. Zij was als directeur van het Veenkoloniaal Museum in Veendam de drijvende kracht achter de herbegrafenis van Winkler Prins. ,,Ik ben van mening dat zoveel mogelijk plaatsen een persoon dienen te hebben met wie ze zich kunnen identificeren en onderscheiden. Bonn heeft Beethoven, Leipzig Bach, Veendam Winkler Prins en Geert Teis hoort bij Stadskanaal.’’

Deplorabele toestand

Een artikel uit de Haagsche Courant over de deplorabele toestand van het graf van Winkler Prins was de aanleiding om in Veendam in actie te komen. Dagblad van het Noorden-journalist Louis van Kelckhoven bracht Maters op het idee van een herbegrafenis.

,,Ik kende Klaartje Winkler Prins, dus de nazaten had ik direct te pakken. Zij zorgde met haar man dat de hele familie toestemming gaf tot een herbegrafenis, nadat eerst was uitgezocht of er ruimte was bij zijn moeder en zoon.’’

Lange adem

Het was volgens haar niet echt veel werk, de ‘gewone organisatorische dingen’. Wel nodig is een lange adem. ,,Je moet eerst toestemming van de nabestaanden hebben. Dan naar de burgemeester voor medewerking, indien nodig. Dan naar, in dit geval, de gemeente Berkelland om toestemming te geven voor opgraving. Bij Winkler Prins ging daar erg veel tijd overheen.’’

Met de nazaten stelde ze een plan op met een begroting en na het artikel van Van Kelckhoven in Dagblad van het Noorden meldden zich twee uitvaartondernemingen. Meer bureaucratie is Mater niet tegengekomen. ,,Belangrijk is: zorg voor voldoende financiën, niet alles is kosteloos. Een ander punt is duidelijk te maken dat je geen poppenkast wil, maar een respectvolle herbegrafenis. En ja hoor, ik wil best adviseren bij Teis.’’

Dertien telefoonnummers

Mooibroek weet nog niet wie de rechthebbende van het graf van Teis is. Mede door de coronacrisis gaat beantwoording van zijn vragen langzaam.

,,Wel heb ik dertien telefoonnummers van mensen die Spitzen heten. Het echtpaar had één zoon, de voormalige minister, en die had twee zoons bij twee vrouwen. Dit zijn dus klein- of achterkleinkinderen. Ik ben er nog niet aan toegekomen ze te bellen, maar eerlijk gezegd durf ik dat ook niet zo goed.’’