Jan uit Bellingwolde verzamelt al meer dan 50 jaar rekenmachines. Zijn woning is een klein museum

Jan Luttjehuizen verzamelt al meer dan 50 jaar rekenmachines. Het resultaat daarvan staat in een kamer, een klein museum beter gezegd, in zijn woning in Bellingwolde.

Jan Luttjehuizen kan goed hoofdrekenen maar hoeft die kwaliteit nooit aan te spreken. In een bovenkamer van zijn statige woning in Bellingwolde staan namelijk zo’n 450 rekenmachines. De vrucht van meer dan 50 jaar verzamelen.

Luttjehuizen (70) groeide op in Rotterdam en kreeg als tiener zijn eerste rekenmachine. ,,Een cadeau van mijn vader. Zo is het verzamelen begonnen.’’

En het hield nooit meer op. Tijdens zijn studie in Delft verwierf hij exemplaren, tijdens zijn vele jaren in dienst van het energiebedrijf EGD, het huidige Enexis, in Groningen ook. ,,Hoe ik dat deed en doe? Nou, ik tik op rommelmarkten oude exemplaren op de kop, ik krijg ze van vrienden of bekenden of verwerf ze online. Op ebay heb ik deze week nog een klein exemplaar aan kunnen schaffen.’’

Met een slinger bediend

Die kleine rekenmachine heeft zijn plekje gekregen in die ene kamer, waar hij vele uren doorbrengt. De oudste exemplaren daar zijn ruim 100 jaar oud. Het zijn mechanische rekenmachines die met een slinger bediend moeten worden en nog feilloos functioneren.

Dat doen de iets jongere exemplaren, vol met drukknoppen, ook. Die zijn veelal gemaakt in de Verenigde Staten, Duitsland, Engeland. Naarmate de rekenmachines jonger worden, worden ze kleiner. En bij elk exemplaar heeft Luttjehuizen zijn verhaal. ,,Kijk, hier heb je eentje van Texas Instruments, een bekend merk dat ook op scholen werd gebruikt. De oudere exemplaren werden vooral in de handel gebruikt. Ook de alleroudste, uit de 17de en 18de eeuw. Zulke oude heb ik niet, die kosten duizenden euro’s. Zulke bedragen leg ik niet op tafel. Het moet leuk blijven.’’

De rondgang door de pronkkamer eindigt bij de jongste exemplaren van wie de meeste in China zijn gemaakt. ,,Omdat de productie daar het goedkoopst is’’, vertelt Luttjehuizen. ,,Je ziet dat de kamer behoorlijk gevuld maar ik blijf verzamelen. Het vernuft dat de mensen in het uitvinden ervan hebben gestoken, het feit dat ze nog zo goed bruikbaar zijn, dat fascineert en maakt dat ik blijf speuren.’’