Oud-docent (71) uit Harpel debuteert op het witte doek als Kruisheer: 'Ook vanwege mijn baard en donkere stem'

Hans ter Heijden maakt op 71-jarige leeftijd zijn debuut als filmacteur. De oud-docent uit Harpel speelt de rol van Kruisheer in de rolprent over het Klooster in Ter Apel.

Deze coronazomer geeft Hans ter Heijden ook iets moois. De oud-docent, woonachtig in Harpel, debuteert als acteur in een speelfilm.

De film gaat over het Kruisherenklooster in Ter Apel, de opnamen staan voor deze zomer gepland, coronaproof. ,,En ik speel de rol van Kruisheer’, vertelt Ter Heijden. ,,Ik verheug me er op.’’

Baard en donkere stem

Hij is 71 jaar en was jaren onderwijzer op de Regionale Scholengemeenschap (RSG) in Ter Apel. Hij gaf onder meer Nederlands. De basis voor zijn debuut als ‘filmster’ legde hij enkele jaren geleden. Hij sprak toen met de inmiddels overleden cabaretier Henk Lagerweij, ook ooit leraar op de RSG.

,,Via Henk kwam ik in contact met diens zoon Freek. Hij maakt films en kreeg vorig jaar van het Kloosterbestuur opdracht een speelfilm over het Klooster te maken. Freek vroeg mij of ik een Kruisheer wilde spelen. Ook vanwege mijn baard en donkere stem. Ik heb ja gezegd.’’

De film, die zo’n 25 minuten duurt, gaat over een jongen en meisje die in Westerwolde vakantie vieren en na een tijdreis in het Ter Apel van 1520 belanden. Ze kloppen aan bij het Klooster en stuiten op Kruisheer Hans. Ze beleven vervolgens verschillende avonturen.

Regisseur die zelf nooit op de planken stond

De film, waarin vooral ook professionele acteurs spelen, gaat in het nu als museum dienst doende Klooster getoond worden. ,,Een trailer is al gemaakt en daarin had ik ook een rol. Ik kijk uit naar de opnamen. Ik kom trouwens niet helemaal in een vreemde wereld terecht.’’

Ter Heijden studeerde namelijk niet alleen Nederlands maar volgde ook een regisseursopleiding. ,,Met die opleiding op zak heb ik jaren geleden toneelstukken geregisseerd voor amateurspelers en scholieren. Ik ken de wereld van het theater dus maar stond zelf nooit op de planken. Daarbij ga ik eens per jaar in retraite in een klooster, ergens in het land. Kortom, ik ken de wereld waarin ik me nu begeef.’’