'Bah, ik moet de hele zomer mezelf zijn en daar baal ik van'

Jaap Speelman (69) doet al jaren mee aan het nabootsen van veldslagen maar moet deze zomer steeds 21ste eeuwer zijn. En dat vindt hij niet leuk.

Vorig jaar vocht hij nog in Waterloo, in deze zomer had hij dolgraag in het vertrouwde Bourtange opnieuw Napoleon willen bestrijden. Maar door de coronacrisis is Jaap Speelman al maanden een vreedzaam burger anno 2020.

,,Daar baal ik van’’, zo vertelt hij. ,,De hele zomer moet ik mezelf zijn. En misschien veel langer, wie weet hoe lang deze crisis nog duurt.’’

Speelman, 69 jaar, doet zijn verhaal binnen de vestingwallen van Bourtange. Daar woont hij, in een huisje op het Marktplein. Hij is lid van het Exercitie Peloton Bourtange (EPB) dat elke zondag een kanon op de vestingwal laat bulderen.

Napoleontisch gevecht

,,En als lid van het EPB doe ik ook mee aan het nabootsen van veldslagen. De eerste nabootsing van een Napoleontisch gevecht in Bourtange was in 1996, daar was ik bij. Sindsdien heb ik nooit een ‘thuiswedstrijd’ gemist.’’

Maar Speelman reist dus ook naar andere oorden om daar als re-enactor in actie te komen. ,,In Waterloo was ik verschillende keren. Maar ook in Groenloo vecht ik geregeld.’’

Speelman vindt het heerlijk zijn eigentijdse plunje aan de kant te gooien, zich te hijsen in kledij uit de 19de of andere eeuw en dan enkele dagen helemaal in een andere tijd te vertoeven. Problemen thuis krijgt hij daar zeker niet mee. ,,Integendeel, mijn vrouw Marga en beide zonen doen vrolijk mee, zij verlaten ook graag even hun eigen tijd.’’

Kwartiermeester

De lol is voor Speelman des te groter omdat hij zelden of nooit het loodje legt. ,,Ik word bijna steeds ingedeeld bij de Geallieerde troepen en zit zo aan de goede kant. Zo help ik in Bourtange mee Napoleon of de Spanjaarden te verslaan en was ik in Waterloo ook bij de winnende troepen. En trouwens, zeker in Bourtange ben ik meestal kwartiermeester en zorg ik dat de soldaten eten en drinken krijgen. Aan het front zien ze me zelden, mijn plaats is achter het front.’’

Behalve dan in Heilligerlee waar een aantal jaren geleden de beroemde Slag uit 1568 werd nagespeeld en Speelman in de huid van de Graaf van Arenberg, Spaans aanvoerder, kroop. Hij streed dapper maar zeeg uiteindelijk wel, geveld door rebellen uit het Oranje-kamp, dodelijk gewond ter aarde.

Enkele maanden geleden verheugde hij zich op weer een zomer vlak achter de linies, met het geluid en de rook van kogels en het gekerm van gewonden om zich heen. ,,Er stond een mooie slag in Bourtange op het programma. Maar toen kwam dus corona en mocht niets meer. Echt niets meer. Zelfs het kanon kunnen we niet meer elke zondag laten bulderen op de vestingwallen. Het risico is te groot dat toeschouwers te dicht bij komen en de afstand van 1,5 meter niet wordt gehandhaafd.’’

En dus gaat Speelman ietwat somber als een man van deze tijd door deze zomer en kijkt hij uit naar volgend jaar. ,,Hopelijk is het echte slagveld, want dat is deze coronacrisis, dan verdwenen en mag ik weer een ander zijn.’’