Zes lichtpuntjes en een volle schaal met snoep. Bij Marcel aan de deur was het een ongekend stil Sint-Maarten

Sint Maarten is woensdagavond gevierd, maar had - als alles en iedereen - maken met de crisis. Verslaggever Marcel Looden, liefhebber van het feest, ondervond dat.

Ik houd van Sint Maarten. De bescheidenheid van dat feest, zo zeer in de schaduw van Sinterklaas, spreekt me aan. Net als het feit dat het hoort bij november, de meest romantische maand van het jaar waarin het kan stormen, maar waarin de dagen ook zo stil en nevelig kunnen zijn.

Kom met 44 chocoladerepen

Deze late woensdagmiddag is stil en nevelig. Het is perfect Sint Maarten-weer. De buitenlamp van mijn huis, dat nabij het centrum van Winschoten staat, brandt. In de kleine hal staat een kom met 44 kleine chocoladerepen.

Vorig jaar stonden 21 kinderen voor mijn deur, het jaar daarvoor 16, in 2014 43. Mijn dagboeken vertellen me dat. Ze vertellen me ook dat in 2006 de teller pas stopte bij 91. in allerijl moest een kennis extra snoep komen brengen, het mijne was op. Dat was pas een Sint Maarten-feest! Het dieptepunt was 2016, met maar 8 kinderen.

Zullen er vandaag wel 8 kinderen op de stoep staan? De coronacrisis maakt immers alles anders. Op 0 blijft de teller in elk geval niet staan want om 5 uur klinkt de bel. Een klein meisje staat met haar lampion en moeder op 1,5 meter van de stoep en zingt ‘de koeien hebben staarten’. Als het lied uit is, zet ik de kom met snoep op de stoep, waarop ik enkele passen terugzet en het kind naar voren komt en een reep uit de kom haalt.

Sint Maarten in coronatijd

Zo werkt het dus, Sint Maarten vieren in coronatijd. Meteen daarop kan ik het geleerde in praktijk brengen want daar schelt de bel weer. Twee kinderen van de buurvrouw, trouwe Sint Maarten-vierders, zijn met een vriendinnetje en neef op pad. Met z’n vieren zingen ze voluit hun lied, ook op keurige afstand.

Een heel jong meisje, met vader en moeder bij zich, is de volgende die aanbelt en na haar ‘11 december is de dag’ op de kom met snoep af komt gesneld, nog voor ik weg ben. ,,Ho, ho, even wachten, niet zo snel’’, zegt haar moeder.

Maar daarna begint voor mij het wachten. De bel klinkt niet meer. In de verte klinken af en toe kinderstemmen, maar ik zie geen lampionlichtjes meer door mijn straat gaan. Kennelijk houden ouders en kinderen zich goed aan het advies in de eigen buurt te blijven.

Dat is goed natuurlijk. Het betekent wel dat ik later op de avond, de buitenlamp is inmiddels uit, in mijn dagboek het cijfer 6 moet neerpennen. Een nieuw diepterecord dat, zo hoop ik van ganser harte, nooit verbroken wordt.