De midwinterhoornblazers van Veele beginnen aan hun stilste winter ooit

De midwinterhoornblazers van Veele beginnen aan hun stilste winter ooit. Jan Bossen, een van hen, verlicht dat leed op zijn heel eigen manier.

Hij is al weken bezig met het maken van een nieuwe midwinterhoorn, voor zijn dochter en kleinzoon. ,,Mijn wens is in de kerstijd samen met hen in de buitenlucht te spelen. Dat is een mooie troost in een winter die vanwege de coronacrisis minder leuk wordt dan de vorige.’’

De 71-jarige Bossen, woonachtig in Vlagtwedde, is al heel lang lid van De Giezelbaargbloazers, zoals de midwinterhoornblazers van Veele zich noemen. Hij helpt zo mee de eeuwenoude traditie van dat midwinterhoornblazen in leven te houden. Die traditie ontstond in heidense tijden (toen werd geblazen om boze geesten te verdrijven) en schrijft nu voor dat alleen tussen de eerste zondag van Advent en Driekoningen in de buitenlucht gespeeld mag worden.

Bossen doet dat laatste elk jaar met veel plezier, samen met zijn 19 collega-blazers. Maar de komende weken is alles anders. Hun traditionele midwinterhoornwandeling, goed voor 1500 deelnemers, hebben ze af moeten gelasten. Markten en evenementen waarop ze normaal spelen, gaan ook niet door. ,,We proberen wel her en der in kleinere groepjes ons geluid te laten horen maar het wordt voor ons veel stiller’’, zegt Bossen.

Elzenhout uit het beekdal van de Ruiten Aa

Gelukkig kan hij zijn energie steken in het maken van een nieuwe hoorn. Hij doet dat thuis maar ook in een grote boerenschuur, samen met ‘collega’s’ Cor Kosmeijer, Rinus Hut en Bé Glazenborg. Zij vervaardigen ook een nieuw instrument. ,,De hoorn die ik maak, is van elzenhout’’, vertelt Bossen. ,,Het is afkomstig uit het beekdal van de Ruiten Aa, de hoorn is dus van Westerwoldse bodem.’’

Bossen heeft het hout eerst in de vorm van een midwinterhoorn gesneden en toen over de lengte doorgezaagd, om er vervolgens een uitholling in te gutsen. ,,Ik heb ervaring, ik heb al meer hoorns gemaakt. Voor Kerst wil ik klaar zijn en dan kunnen mijn dochter en kleinzoon van 15 hem gebruiken. Zij spelen al maar hebben nog niet zelf een instrument. Samen met hen spelen, ik verheug me daarop. En hopelijk blijven ze spelen zodat ook een volgende generatie Westerwolders deze traditie trouw blijft.’’