Coronings - column

De inhoud van het flesje bier gleed niet bepaald soepel door de keel. Het leek wel of er 'kloeten in zaten', zoals de Groninger zegt. Toch ging er nog geen lichtje branden. Op Oudjaarsavond viel het kwartje wel. Bij het zien van flarden van de tv-registratie van het concert van de band U2 in Berlijn had ik namelijk zoiets van: 'hmm, klinkt wel aardig'.

Normaliter draait mijn maag om bij het zien van de links pratende, maar rechts graaiende Bono en consorten, en moet ik mij bedwingen om niet de afstandsbediening door de tv te smijten als deze zelfbenoemde Ierse heilige in beeld verschijnt, nu kon ik in alle kalmte vijf seconden luisteren naar dit gezemel.

Ik schrok dan ook van mijn gedachten. Er was iets gruwelijk mis met mij, dat kon niet anders. Griepje? Weemoed? Een vleugje malaise, na een niet bepaald florisant verlopen jaar? Zou kunnen.

Weliswaar werd ik thuis omgeven door kwijlende, snotterende en hoestende huisgenoten, maar als volleerd commando (in my dreams) wist ik met kunst- en vliegwerk uit de gevarenzone te blijven. Althans dat dacht ik.

Toch maar een afspraak gemaakt bij een vriendelijke mevrouw van de GGD, die mij inplande bij de wattenstaafjesbrigade in het pittoreske Stadskanaal, waar op de afgesproken dag en tijd een hele trits mensen in de rij stond voor een test. De meesten keken ietwat angstig uit hun ogen, wat niet zo verwonderlijk is gezien de meest gruwelijke verhalen (meestal van mannen) over wattenstaafjes, die tot aan de hersenen in neuzen worden geprikt.

Het schijnt zelfs dat iemand een oog heeft verloren, toen zo'n staafje door een potige wattenstaafjesmevrouw iets te ver was doorgeduwd, maar - ter geruststelling - dit verhaal is niet bevestigd. 

Een dagje later volgde de uitslag van de test, die aankwam als een mokerslag (Grapje, maar u mist het theater ook, geef toe): Coronings! 

Een eveneens vriendelijke mevrouw van de GGD legde uit dat ik een paar daagjes thuis moest blijven en dus ook thuis moest werken. 'Maar dat doe ik al mevrouw, ik werk al jaren thuis en kom m'n huis amper uit.'

Aan de andere kant van de lijn bleef het pijnlijk stil. Ik hoorde haar in gedachten zeggen: 'Wat een kutleven heeft die man.'