Onderwijs: Minder kinderen blijven nu uit beeld (wel achterstanden, achteruitgang ontwikkeling en isolement)

De overgrote meerderheid van de leerkrachten geeft aan dat de hun school vrij gemakkelijk is overgestapt op het (wederom) verzorgen van afstandsonderwijs. De helft van de leerkrachten geeft aan dat hun school geen kinderen heeft die ‘uit beeld zijn’, een derde geeft aan dat er kinderen nu (tijdens de tweede lockdown) uit beeld zijn, maar dat het er nu minder zijn dan tijdens de eerste lockdown.

Wel verwacht een relatief grote groep leerkrachten verwacht – vanuit het perspectief van hun leerlingen – grote problemen als de basisscholen tot 1 februari of zelfs tot aan de voorjaarsvakantie gesloten blijven. Verwacht wordt: leerachterstanden, ontwikkeling gaat achteruit (met name bij de zwakkere leerlingen), problemen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast wordt gevreesd dat wel steeds meer leerlingen 'buiten beeld blijven' als de lockdown langer duurt.

Dat blijkt uit een representatief onderzoek dat op 11 en 12 januari is verricht onder 1.035 leerkrachten die lesgeven aan groep 1/2 tot en met 8 op een basisschool. Het onderzoek is uitgevoerd door DUO Onderwijsonderzoek & Advies (een zelfstandig onderzoeksbureau, niet te verwarren met de Dienst Uitvoering Onderwijs).

Leerlingen buiten beeld
Een derde van de leerkrachten (34 proent) geeft aan dat ook tijdens de tweede lockdown leerlingen uit beeld zijn, maar dat het er minder zijn dan tijdens de eerste lockdown.
Voor 7 procent van de leerkrachten geldt dat er nu (tijdens de tweede lockdown) ongeveer evenveel kinderen uit beeld zijn als in de eerste lockdown en een relatief kleine groep leerkrachten (3 procent) geeft aan dat het er nu juist meer zijn.

Leerkrachten zien wel de nodige problemen bij het online onderwijs:

- Bijna een derde (30 procent) geeft aan dat het verzorgen van het afstandsonderwijs hen persoonlijk zwaar valt.

- Een derde (34 procent) geeft aan dat het steeds moeilijker wordt om de leerlingen met afstandsonderwijs bij de les te houden.

- Driekwart (77 procent) geeft aan dat de huidige situatie ten koste gaan van de zwakke leerlingen, ruim de helft (55 procent) dat de huidige situatie ten koste gaan van de sterke leerlingen.

- Bijna de helft (44 procent) verwacht grote problemen (vanuit het perspectief van de leerlingen) als de leerlingen tot 1 februari weer naar school kunnen, bijna twee derde (61 procent) als de leerlingen pas na de voorjaarsvakantie weer naar school kunnen.

Als problemen worden vooral genoemd:

- Leerachterstanden/problemen wat betreft de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen.

- Leerachterstanden die te groot worden om nog in te halen.

- De overgang van leerlingen van leerlingen groep 8 naar het VO/problemen wat betreft het geven van het juiste schooladvies aan leerlingen.

- Mentale problemen bij leerlingen, problemen op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling.

- Onveilige thuissituaties voor leerlingen.

- Lichamelijke klachten bij leerlingen.

- Het verliezen van het zicht van de leerkrachten op de leerprestaties van de leerlingen.

- Afname van de binding van leerlingen met hun school, het verliezen van routine, aanpassingsproblemen als leerlingen weer naar school komen.

- Andere vakken dan de kernvakken sneeuwen onder, krijgen geen of onvoldoende aandacht (bijvoorbeeld de creatieve vakken zijn ‘de dupe’).

- Het risico dat steeds meer leerlingen uit beeld raken.

- Steeds grotere verschillen in de ontwikkeling van leerlingen, de leerlingen met sowieso al leerachterstanden/de kwetsbare leerlingen zijn de dupe.