Wim Romijn - Wintergasten

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn uit Vriescheloo plaatst de komende weken tekeningen of schilderijen op de website van het Streekblad. Woensdag wordt de tekening of het schilderij in de papieren krant afgedrukt. Vandaag de vijfde: Wintergasten.

Aan de oever van een meer treffen een Wilde zwaan en Grauwe ganzen elkaar.  De broedgebieden van beide vogelsoorten liggen in Scandinavië en Noord Rusland. Daarnaast hebben zij met elkaar gemeen paartjes voor het leven te vormen (binnen de soort). Voor hun voedsel, dat uit gras, rietspruiten en waterplanten bestaat, zijn ze aangewezen op open water, rietlanden, weilanden en uiterwaarden. Akkers zijn eveneens onmisbaar; wat na de oogst achterblijft dient tot voedsel, zoals granen, mais- en aardappelresten. Afhankelijk van buitentemperaturen arriveren de vogels ergens in de herfst om in februari terug te keren naar hun geboortegronden in het hoge noorden.

Grauwe ganzen
Het aantal overzomerende   (niet terugkerende)  Grauwe ganzen neemt toe; ze worden inmiddels tot de broedgasten gerekend.  De tamme gans stamt af van de Grauwe gans. De gedomesticeerde gans is een luidruchtige bewaker van erven en als ze jongen hebben wordt hun beschermdrift spreekwoordelijk. 

Op een door mij bezochte ouderwetse boerderij met veel levende have zwaaiden ganzen de scepter. Een scharrelvarken in de boomgaard toonde een meer dan gemiddelde interesse in de ganzenkuikens. Hij droop af nadat de ouderdieren hem klapwiekend, luidkeels met veel geblaas en gesis hadden besprongen. Een boerenfox  die het niet kan opbrengen zich lankmoedig te tonen tegenover bruine ratten werd nu zelf op zijn nummer gezet en letterlijk in zijn nekvel gegrepen omdat hij niet met een boog om de kuikens liep. Dat gebeurt dan met krachtige snavels voorzien van geribbelde tandjes. Zelfs de kippen hadden daar geen gedoogzone. Maar ook verzorgers op kinderboerderijen kennen de onstuimige moed van tamme ganzen en houden hier rekening mee rond voertijd wanneer de dieren onderling onrust veroorzaken.

De Grauwe ganzen die niet meer wegtrekken en in de nabijheid van steden blijven hangen, gedragen zich in parken en rond grachten op gelijke wijze als tamme ganzen. Dat geldt des te meer als ze jongen hebben. De vogels die hier geboren worden en nogal eens zich met brood laten voeren (goed bedoeld maar zo schadelijk voor vogels) raken hun schuwheid kwijt.

Er zijn ook blijvende populaties die polders als hun leefgebied beschouwen. Zij blijven doorgaans schuw en alert en zoeken net als de wegtrekkende ganzen ‘s nachts het open water op om belagers op afstand te houden.

Wilde zwanen
Slechts enkele kleine populaties Wilde zwanen keren niet terug naar hun broedgebieden. In Nederland zijn een paar broedgevallen bekend. Net als ganzen hebben ook zwanen een sterk ontwikkelde beschermdrift.