Klots - Lijstje (Column David Stolk)

Zodra de gevoelstemperatuur dubbele cijfers haalt, begint het bij sommige mensen te kriebelen. Dan moet er van alles. Men wordt wakker uit de winterslaap. Maandenlang is er niets of nauwelijks iets gedaan. In en rondom het huis dan.

De dunne zonnestralen maken het nog aangenamer buiten. Vooral bij het vrouwelijke geslacht, is mijn ervaring, worden de vingers van de een op de andere dag groen. Het luie zweet van de afgelopen maanden moet er ineens uit. Tijd om de handen uit de mouwen te steken. Onlangs kwam ik thuis en op de tafel vond ik een ‘to-do’-lijstje. Een lange lijst met klusjes. Daarachter was er ruimte gemaakt om deze klusjes af te vinken met een paraaf. ‘Zo kunnen wij ook zien, wie wat gedaan heeft.’

Mijn vingers kunnen vele kleuren aannemen, maar groen zijn zij nooit geweest. Dat komt door vroeger. Door mijn jeugd. Mijn vader was altijd, en nog steeds, aan het ‘krabben en knooien’ in de tuin. Vooral zijn moestuin met biologische groenten vergde veel aandacht. Bij het eten werd dat er dan ook bij verteld. Hoe gezond deze groenten wel niet waren. ‘Uit eigen tuin,’ riep hij dan triomfantelijk.

In het andere huis een paar honderd meter verderop werd er ook altijd hard geschoffeld en gewied. Daarnaast moest er per se een groot stuk land aangekocht worden, omdat de auto niet voor het huis mocht staan. Dit stuk land bracht vele ares te maaien grasland met zich mee. Alsmede -tig bomen met appels en peren, die uiteraard geplukt moesten worden. Dat grasmaaien mocht ik altijd doen. Uren was ik er zoet mee. Nee, en geen moderne maaier die zichzelf vooruit hielp, maar een ouderwetse aanduwer op benzine. Met bougies, nippeltjes en aanslinger-koord.

Onlangs scheen het zonnetje al heerlijk in de achtertuin. Ik zag mijn kans schoon en had alvast de kussens van de loungeset van zolder gehaald. De rosé stond koud en ik had ook alvast een kaasje en een worstje gesneden. Wat een verrassing bij thuiskomst. Dacht ik. Dat liep anders. Het andere geslacht had duidelijk iets anders bedacht met dit mooie weer. Voor de vorm ging zij even zitten, maar het ging al snel over de verwilderde tuin.

De opmerking van mijn kant dat ik een wilde tuin wel mooi vond, werd niet goed ontvangen. Ik schakelde snel. Ik opperde om het gras te gaan maaien. Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Voordat ik het wist stond de maaier klaar. Door de vele jaren ervaring was ik snel klaar. Tevreden bracht ik de maaier terug naar de schuur en wilde ‘het maaien’ afvinken op de lijst. Tot mijn verbazing zag ik een nieuw klusje. ‘Vergeten plukjes gras bijwerken’.