Klots - Voorjaarsweek (column David Stolk)

Wat een fantastische week. Het leek alsof Corona niet bestond. Ik heb Hugo de Jonge de hele week niet gezien. Een genot. Mijn schoonzus was ziek geweest, geweldig. Ja sorry, ziek van een coronavaccin. Dan komt het wel heel dichtbij. Op een positieve manier dan.

Heeft u al gebarbecued? Ik wel. Heerlijk, als vanouds. Weg met die muffe, witte winterhuid! De zon erop. Ook in Den Haag ging het een keer niet over het OMT, vaccins of vierde golven. Het was weer een ouderwetse klucht in een bedrijf van veertien uur. Genieten.

Daarnaast wil ik een keer een positieve column schrijven. Dat gezeik van mij over dat virus en de avondklok of dat oeverloze gezwam over familiaire gebeurtenissen. Laten wij een keer blij zijn met elkaar. Als lammetjes in de wei, als koeien die hun stal weer uit mogen en als krokussen die hun kopje boven het gras uitsteken. Veurjoar in de kop dus. Laatst was ik zelfs uitermate blij met de avondklok. De visite ging uit zichzelf gewoon weg. Daar hoefde ik niets voor te doen.

Het mooie weer hielp uiteraard mee, maar ik werd heel erg blij van de berichtenstroom uit Den Haag. Toch ben ik ook een dag in verwarring geweest. Dat mag u gerust weten. Op de koudste dag van de week. Goede Vrijdag. Ik had de wekker niet gezet, want ik was gewend om de dag na The Passion vrij te zijn. Wel was ik vroeg naar de supermarkt gegaan om de Duitsers voor te zijn. Maar de hele dag heb ik geen wit nummerbord gezien. Het leek wel de dag na dolle dinsdag. Geen file op de A7 richting Groningen. Het voelde nogal unheimisch zonder die Duitsers.

De gehele week heb ik kranten uitgespit, nieuwssites gelezen, talkshows geabsorbeerd en er het mijne van gedacht. Wat een klucht. En wat zielig voor die arme Pieter. Het zal maar wekenlang over jou gaan. Dan zou ik ook uitgeblust thuis zitten. Op school heb ik kort uitgelegd waar het drama over ging. Een alerte leerling vroeg mij of daar het woord ‘omzichtig’ vandaan komt. Samen hebben wij dat opgezocht. Dit woord betekent zoveel als ‘waarbij je heel goed let op wat je doet, omdat het anders mis kan gaan’. De leerling en ik keken elkaar aan en barstten in lachen uit. De voorzienigheid!

Mijn collega stuurde mij op Goede Vrijdag een bericht waar ik bleef. Of ik mij verslapen had? Ik berichtte, vanuit de supermarkt, ontkennend terug. Hoezo? Het antwoord luidde dat ik op mijn werk verwacht werd. Oh god. Ben ik niet vrij? Op de dag dat Jezus is gekruisigd? In wat voor heidens gebied ben ik beland? Ik appte terug dat ik geen actieve herinnering aan mijn rooster had. En nee, ik lieg niet. Gelukkig kreeg ik twee lachende smileys terug. Maar in het volgende bericht stond: ‘Zoek maar een functie elders!’