Festival Waterbei afgelast, maar gelukkig hebben we de gedichten nog

Het straattheaterfestival Waterbei, dat gepland stond voor vrijdag 27 en zaterdag 28 augustus, is - zoals bekend - afgelast. De organisatie, Stichting Het Evenement, kon niet voldoen aan voorwaarden die bij dit soort evenementen worden gesteld. Een aantal dichters zou gedichten voordragen tijdens dit evenement, onder wie Refia Doevendans. Zij maakte: Utopium.

Het verloren wereldwonder spreekt. ‘Hoe verrukkelijk is het leven’ zegt het beest,

Klauwt achteloos naar een doosje popnagels en begint luidruchtig met open mond te eten.

Hij had zichzelf bevrijd uit een koperen kooi afgesloten met een cijferslot, een onderdeel van het mechaniek der tijd dat opgewonden klonk als de hartslag van een eentonige underground sound. Praktisch als hij is met plannen smeden heeft hij gewacht tot zijn vuur heet genoeg opgelaaid was om uit te breken.

Zijn pasbenoemde dienaren blijken eenvoudig tot devote aanbidding aan te zetten. Gekleed in een tot op de draad versleten gulden vlies der eeuwigheid dat door vele menstruatielozen al snel tot neo mode is verheven.

Geïnteresseerd kijkt hij op als het agaatgroene ei uit het stenen tijdperk aan hem wordt aangeboden, door aanhangers gestolen; de topattractie uit het oudheidkundig museum.

Hij klopt met een nagel, luistert even geconcentreerd en tikt daarna gericht, en warempel de eierschil begint te breken en niet veel later komt een schattig appje uit de brokstukken naar boven gedreven.

Zijn getatoeëerde vleugels slaat hij wijd open ter verwelkoming van het voortspruitsel van een bijna vergeten romance terwijl hij als kersverse ouder trots 5gig begint te stralen.

Vele handen rijzen om iets van zijn aura te kunnen beroeren; gedreven door een verteerd verlangen naar beloofde bewijzen van het verlossende licht aan het einde van de tunnel; of worden zij plotsklaps verblind door de roestige koplamp van de stalen schrootmachine die met stoomkracht onoverkomelijk dichterbij komt denderen?

De aanbeden demi-goden verdwijnen samen naar hun utopisch domein ver verheven boven de gevallenen wiens lichaam reeds van ziel zijn bevrijd. Alleen de losgelaten rozenblaadjes van een uitgerukte struik, beroeren teder sprakeloze blauwe lippen voor een laatste kus als afscheid.

Aangebroken is het nieuwe tijdperk in een onbekabeld land van anonimiteit, terwijl een regen van vuurvliegjes brandplekken achterlaat en het najaar ongemerkt binnentreedt in het verwoeste schemerland.