De tekeningen van Wim Romijn (18)

Vriescheloo - De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden op deze site één van zijn tekeningen.... Dit keer Waar ben je nu mee bezig?

Deze vraag heb ik mijzelf  meerdere keren, bij het opstaan in het holst van de nacht, gesteld. In het ploegseizoen op mijn motorfiets vertrekken en met de dauw op de ogen en verkleumd tot op het bot arriveren bij een boerderij  waar met paarden werd gewerkt. Na uren van meelopen in een te voordelig gebleken motorpak, achter een driespan paarden over een ruige akker met ruggen klei, was ik nog niet ontdooid.

Afzien beloond

Dit afzien werd vaak beloond. Getuige te mogen zijn van een restant van het bijna voltooide verleden, van een bijzonder verbond tussen mens en dier. De mooiste herinneringen waren die aan mistige landschappen, in het bijzonder wanneer er een dikke najaarsmist met een zicht van hooguit dertig meter over het land hing, gecombineerd met een absolute stilte. Bij dit beperkte zicht, als eerste zintuiglijke waarneming het schuivende geluid (bij vochtige lucht draagt geluid verder) van een ploegschaar, die vette kleigrond in stroken snijdt.

Het donkere silhouet

Dan doemt daar, haast plotseling, het donkere silhouet op van drie ‘beren van paarden’ met gekromde, bezwete halzen. Briesend, om beurten. De lichamen dampen, hun zoete zweetgeur hangt als een sluier om hen heen. Een pril zonnestraaltje weet de mistdeken te priemen en laat de zachte paardenogen glanzen. Met half dichtgeknepen ogen bemerk je dat de schaduwzijden van de paarden nauwelijks contrasteren met de lichte partijen. Het is alsof mistdeeltjes het zonlicht transporteren. Daar bij het drassige gedeelte hoor je hoe het grondwater onder de paardenhoeven wordt weggeperst. Het licht weerkaatst tegen de messing ornamenten op de hamen (jukken om de halzen) en tegen het gepolijste ploegrister.

Ploegijzer

De grond geurt,  prikkelt het neusslijmvlies wanneer het ploegijzer hem openscheurt. Bijna onverwacht, alsof hij er niet bijhoort, volgt achter de ploeg de zwijgzame landman; hij moet de tachtig reeds gepasseerd zijn. De  ware leeftijd zal de buitenstaander nooit te weten komen, de oudere mens wil tijdloos zijn. Vervagend verdwijnt het viertal in de dichte grijsheid, geluiden verstommen. Dit voor de buitenwereld verborgen schouwspel met zijn mystieke karakter, deze sensatie, het overrompelt je, het blijft je bij. 

Moeite waard

Eenmaal weer thuis, en ondanks de vermoeidheid,  de vaste overtuiging dat het de moeite waard is geweest, de moeite om deze dag als herinnering weer op te slaan.  Als extra beloning de drang, waar je niets  voor hoeft te doen, om deze herinnering picturaal te willen vastleggen.