Pekelder Lilian Zielstra werkt aan eerste roman

Lilian Zielstra, geboren en getogen in Nieuwe Pekela, is teruggekeerd op haar geboortegrond. In 2013 was de destijds 22-jarige Lilian huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze was in 2017 en 2018 Stadsdichter van Groningen.

Ik was op mijn vierde al letters aan het overtrekken en namaken, kennelijk had ik al vroeg in de gaten dat die vormen een functie hadden. Natuurlijk kon ik zelf nog niet lezen, maar zodra ik klaar was met mijn ‘werk’, lazen mijn ouders voor wat ik had geschreven. Later, toen ik zelf leerde lezen, was ik veel bezig met het schrijven van verhaaltjes die ik dan ook bundelde en voorzag van een echte kartonnen kaft. In 2012 vroeg een kennis of ik mee wilde doen aan een poëzieavond in Leek, een week later. Dat vond ik wel leuk en dus moest ik in een week tijd drie gedichten schrijven.

Lukte dat meteen?
Ik was toen wel tevreden, maar lever tegenwoordig beter werk af. Ik was ook erg bezig met rijmen en eigenlijk kan ik niet heel goed rijmen.

Als het niet rijmt, is het dan niet een verhaal in plaats van een gedicht?
Nee, in een gedicht probeer je met zo weinig mogelijk woorden zo veel mogelijk te zeggen zodat er veel aan de verbeelding overblijft. Gedichten zijn ook vaak observaties en bovendien is de vorm van de taal heel belangrijk. Poëzie heeft ritme en ligt dichter bij muziek. Bij proza heb je een duidelijke verhaallijn, een plot en uitgebreid omschreven personages.

Hoe ontstaat een gedicht? Ga je er voor zitten of krijg je plotseling een goed idee?
Soms schrijf ik in opdracht en heb ik dus te maken met tijdsdruk. Dan ga ik dus zitten met het voornemen een gedicht te schrijven. Veel vaker gebeurt het dat ik iets bijzonders zie of hoor. In februari komt mijn gedichtenbundel uit. Het heet: Ik zag een man met bloemen naar de Nieuwstad gaan. Ik heb die man echt zien lopen en was mateloos geïntrigeerd, want wat doet die man daar nou en voor wie zijn die bloemen? Neemt hij bloemen mee voor een van de straatdames? Of zijn de bloemen voor zijn vrouw en maakt hij nog even een tussenstop? Misschien woont z’n zuster wel aan de andere kant van de Nieuwstad. Of in een woning boven een peeskamer. Als ik zoiets zie komen er meteen vragen in me op en bedenk ik ook direct antwoorden.

Wat heeft het stadsdichterschap je opgeleverd? En wat was de taakomschrijving?
Ik ben 2 jaar lang stadsdichter geweest, mijn periode loopt in februari af en het heeft me meer bekendheid opgeleverd en een uitgever. De taken van een stadsdichter zijn: 6 keer per jaar een gedicht aanleveren en het voordragen van een gedicht op eenzame uitvaarten.

Wat is dat?
Als iemand overleden is en geen nabestaanden of andere geïnteresseerden heeft en dus zonder belangstellenden begraven of gecremeerd wordt, wordt de stadsdichter uitgenodigd om een gedicht te schrijven en te komen voordragen. Op die manier wordt er toch nog stilgestaan bij iemands afscheid. Dat was trouwens een idee van de eerste Groninger stadsdichter, in 2001. Inmiddels wordt het in heel veel steden zo gedaan.

Je bent Neerlandicus. Of Neerlandica? Wat kun je daarmee?

Beide woorden zijn goed maar ik vind ‘Neerlandica’ veel mooier dan ‘Neerlandicus’. Meestal zeg ik trouwens gewoon dat ik Nederlands gestudeerd heb. Met dit diploma kan ik bij uitgeverijen werken of Nederlandse les gaan geven. Dat lesgeven is niks voor mij. Ik vind het uitleggen en verklaren van de spellingsregels niet interessant, het lijkt soms wel wiskunde.

Wat zijn nog meer mooie woorden? En zijn er lelijke?
Ik vind ‘voorlaatst’ een prachtig woord. Zo veel mooier, en logischer, dan ‘op een na laatst’. Het Franse ‘fermeture éclair’, dat glanzende sluiting betekent, rits dus. Prachtig! Lelijke woorden hebben vaak een muffe betekenis, zoals: flapje, lobbig, vetschort en vochtig.

Wat zijn je plannen voor de toekomst?
Ik wil professioneel schrijver worden. Niet alleen gedichten maar ook romans. Ik ben trouwens al begonnen aan mijn eerste roman. Het gaat over de invloed die de politiek kan hebben op een leven en het verhaal speelt zich af op een boerderij in Groningen.

Annemiek Broekema-Wiechers