De tekeningen van Wim Romijn (24)

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden één van zijn tekeningen.... Dit keer inscharen.

In veel boerendorpen was het vroeger een algemeen beeld; een getuierde (gepaalde) pony of geit langs een sloot, op een grasstrook langs een boerderij, in een onbespoten boomgaard, onderaan een winterdijk of tussen populieren op een stukje niemandsland. En wanneer de cirkel  voldoende kaal was gegeten, verkaste de pony of geit naar een stukje verderop. Angst voor hoefbevangenheid heeft bij deze vorm van beweiding nogal eens een rol gespeeld. Wat hierbij niet in ogenschouw werd genomen, is de behoefte van een loopdier aan veel beweging.

Hoefbevangenheid is een aandoening bij het paard waarbij een ontstekingsproces  in de hoeven ontstaat door opname van een teveel aan suikers en eiwitten (er zijn echter meerdere oorzaken). Paarden en pony’s  laten grazen in een koeienweide is daarom niet verstandig; het vergroot de kans op hoefbevangenheid. Om tot een zo groot mogelijke melkproductie te komen, grazen koeien namelijk in weiden met een een eiwitrijk grassoort (Engels raaigras). Bij gebruik van kunstmest wordt bovendien stikstof omgezet in eiwitten.

Merries in de lactatieperiode

Merries in de lactatieperiode en paarden op leeftijd hebben een iets grotere behoefte aan eiwitten, maar zeker de sobere paarden- en ponyrassen en paarden die weinig in training zijn, kunnen beter op schraalland  worden gehouden. Kiezen voor een kruidengrassoort met een laag gehalte aan suikers en eiwitten, geen of weinig kunstmest gebruiken en de bodem verrijken met organische mest (zoals stalmest).

Wees bij schraallanden altijd extra alert op de aanwezigheid van het Sint Jacobskruiskruid, zowel op zand- als kleigronden. Het is giftig (op termijn dodelijk) voor mensen, paarden en vee; zeker bij hooiland dient dit kruid met zijn gele bloemen voorafgaand aan de oogst handmatig (met handschoenen) verwijderd te zijn.

Trekpaarden bij koeien ingeschaard

In Brabant en op de Zuid-Hollandse eilanden zag ik het met een kleine regelmaat; trekpaarden bij koeien ingeschaard. De ene keer tussen melkkoeien, de andere keer deelden de paarden de weide met jongvee nadat het land was gebloot. Direct na het afgrazen door het melkvee werden plukken gras, distels, zuring en boterbloemen gemaaid. En hoe Fries kon Friesland zijn, in een open weidelandschap trof  ik meerdere keren Friese paarden aan, grazend tussen het nu zeldzaam geworden zwartbonte Fries-Hollandse melkvee. 

Hoewel het in vroegere tijden dan geen uitzondering was, in de regel zijn de meeste veehouders van nu, om een andere reden dan het risico van hoefbevangenheid, er niet meer van gecharmeerd om paarden en pony’s in te scharen bij koeien. Koeien en zelfs stieren hebben ontzag voor paarden; deze hebben de absolute heerschappij in de weide, ongeacht hun leeftijd.

Met de moedermelk nog aan zijn snuit geeft een veulen als tijdverdrijf een likbeurt aan een liggende pink en zal daarbij met zijn hagelwitte melktandjes proberen de gevoeligheid van de oren van de pink uit te testen. Wanneer hij het succes ervaart van zijn  overwicht zal hij koeien herhaaldelijk lastig vallen en opjagen, rustende herkauwende koeien laten opstaan. Ongetwijfeld goed voor lijf en leden, maar de melkproductie neemt af. Jongvee laat zich eveneens intimideren en kan in paniek zijn kop verliezen.

De moed van een warmbloedveulen

Met stomme verbazing was ik eens getuige van de moed van een warmbloedveulen. Op de uiterwaard waar ik dagelijks mijn honden uitliet, zag ik hoe het hengstje zich bewegingsloos en loerend verschanste achter een haag met dichte meidoornstruiken die vaak als dekking was gebruikt. Met enige regelmaat nam ik hierin een ransuil waar, zich lang makend en mij bespiedend, waar wekenlang twee onderbroeken uitdagend in de takken hebben gehangen en te zien was  hoe de wind hier vorm in blies en toonde hoe een kramsvogel zijn paarse meidoornbes-ontlasting heel precies in de herenslip had gemikt, de plek waar de compromitterende ontmoeting met het altijd vriendelijke Amrobank-meisje samen met haar vriend plaatsvond, bij deze groep boomstruiken te midden van het vele closetpapier van een overnachtende groep zeilers,  zag ik de overrompelende aanval van het veulen op een veel grotere vaars (koe, éénmaal gekalfd), die volkomen verrast hals over kop vluchtte en daarmee aanleiding gaf  tot een lange achtervolging. 

 Dat paarden niet altijd ongeschonden uit een pesterijtje komen, dat ervoer de moeder van dit warmbloedveulen. Ik trof haar aan met een hevig bebloede borst, een wond zo diep dat er over de oorzaak geen misverstand kon zijn. Meerdere keren had ik gezien hoe zij probeerde een vaars aan de andere kant van het prikkeldraad ( is niet meer van deze tijd) in haar hoornige kop te bijten. Heel duidelijk heeft een van deze vaarzen als reactie hierop naar haar gestoten met dit als gevolg. Een dierenarts heeft de wond moeten hechten.