Klots - Winkeltje spelen (column David Stolk)

In een ver verleden speelden wij als kinderen van alles na. Vadertje en moedertje, doktertje, motorcoureur, profvoetballertje, soldaatje en winkeltje. Er waren nog geen virtuele werelden die dat via een scherm konden nabootsen. Dat moest je zelf doen.

In mijn jeugd deden wij veel aan ‘soldaatjen’. Bij Manske Mulder kocht ik een outfit en van hout maakte ik een uzi. Een vriendje had zelfs een AK-47 gemaakt, maar zijn vader werkte dan ook bij de Aldel. Gelukkig was je slechts 10 of 20 tellen dood, daarna mocht je weer meedoen. Een jongen wilde altijd een Duitser zijn. Daar dacht je nooit verder over na.

Ik woonde langs het Termunterzijldiep en aldaar heb ik twee jaren achtereen een Oldambtrit meegemaakt. NOS-cameraploegen in motor met zijspan op het ijs. De lokale ijsvereniging was verantwoordelijk voor de kluunplekken. Ik dacht dat er wellicht wel wat te verdienen was aan de schaatsers. Bij de winkel verderop kocht ik Marsen, Snickers, Nutsen en Bounty’s in voor 80 cent. Een paar honderd meter verderop poogde ik ze te verkopen voor een gulden. Ik speelde ‘winkeltje’, echter wel met winstoogmerk. Dat laatste is niet gelukt.

Onlangs las ik een bericht in het Dagblad van het Noorden dat het Havenkwartier in Blauwestad helemaal opleeft. Er worden veel huizen verkocht en aan de kade worden zeecontainers omgebouwd naar winkelunits. Van een kopje koffie en delicatessen tot houten meubilair en babymassage.

Diverse etablisementen

Sinds jaar en dag hebben wij diverse etablissementen bestierd in en rondom Winschoten. Dus dan ben je ondernemer. Soms succesvol en soms niet. Dat hoort bij ondernemerschap doorgaans. Als ondernemer, vooral in de retail en horeca, moet je voldoen aan verschillende eisen. Een voorbeeld, wanneer je publiek over de vloer hebt en hen voorziet van een natje en een droogje moet je aan een aantal eisen voldoen. Blusmiddelen, nooduitgangen met verlichte bordjes, personeel met een juist papiertje en toiletten voor man en vrouw met elk een eigen wasbak.

De afgelopen jaren is ‘het ondernemerschap’ wel heel erg makkelijk geworden. Een aantal jaren geleden kampte de bv Nederland met teveel werkloosheid. Het UWV kwam op het idee om alle geschikte werkzoekenden op te leiden als rijinstructeur met eigen rijschool. Ineens zag je de meest bijzondere auto’s met een ‘L’ op het dak. Het werd een wildgroei. Zo erg dat het slagingspercentage een enorme duikvlucht nam.

Eens in de zoveel tijd

Eens in de zoveel tijd wandelen wij op een avond door de Langestraat. Deze straat kampt al even met leegstand. De gemeente probeert daar heel veel aan te doen. Echter ik krijg daar een beetje een ‘autorijschool’ – gevoel bij. Er wordt iets geprobeerd, vooral zonder veel investering en dan kijken waar het schip strandt. Wellicht lukt het dan niet, geen probleem dan gaat de deur weer dicht. Echter voor de ondernemers met personeel, een marktconforme huur en andere verplichtingen is het kwaad al geschied.

Een winkel bestieren, horeca uitbaten en andere detailhandel bedrijven is een vak. Daar zijn mensen voor opgeleid. Dat is niet altijd voor de ‘leuk’ en voor de bühne. Daar moet geld verdiend worden. Het ‘winkeltje spelen’ doe je maar op Koningsdag. Maar dan moet je wel vroeg opstaan.