De tekeningen van Wim Romijn (25)

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden één van zijn tekeningen. Dit keer...Leerschool.

In mijn jeugdjaren moest je als burger puissant rijk zijn om een paard te kunnen onderhouden. Een Shetlander, zoals het zoontje van de melkboer die had, was voor de meeste schoolkinderen uit mijn dorp een niet te vervullen wens. De mogelijkheid om in contact te komen met paarden was in mijn vroege jeugd daardoor beperkt. De schillenboer zette mij bij zijn wekelijkse ronde door het dorp op zijn Gelderse zwartbles, de vriendelijke boomslepers op de Leusderheide boden gelegenheid om hun trekpaarden te aaien en te zoenen.

Paardenervaringen

De meest intense paardenervaringen deed ik evenwel op in mijn pubertijd. Ik ging gericht op zoek naar ze; bezocht keuringen en paardenfokkers, ontdekte dat er grote verschillen in karakter en temperament bestaan tussen de rassen,  zelfs binnen eenzelfde ras. Geestelijk met elkaar verkeren, de noodzaak daarvan in de relatie tussen mens en paard begon ik steeds meer in te zien. Het grote fysieke overwicht en het vluchtgedrag van paarden zijn uitsluitend onder controle te houden wanneer mens en paard een vertrouwensrelatie hebben met elkaar. Geen benul hebben van de aard van paarden brengt disharmonie, kwelling en gevaar met zich mee. Gebrek aan ervaring, onwetendheid, domheid en het als een vanzelfsprekendheid uitgaan van de ondergeschiktheid van het paard, brachten mij in situaties die vroegen om gevolgen.

Een paar daarvan wil ik wel opbiechten. Een mevrouw heeft het plan om met haar nerveuze merrie een buitenrit te gaan maken. Ze vraagt aan mij haar paard te longeren (in de weide rondjes laten lopen) opdat deze haar stalmoed kwijtraakt. De merrie - met een zware hengstenhals - heeft geen longeerhalster maar een gewoon halster om (vergemakkelijkt uitbreken) met daaraan een lang touw.  Na een partijtje bokken gaat ze er in galop vandoor. Ik blijf vasthouden en glijd over het natte grasland door en in een poging mij zijwaarts schrap te zetten, breekt een van mijn klompen overlangs in twee helften en ik moet loslaten. Met een klomp in de hand loop ik op sokken huiswaarts.

Daar was ik wel voor te porren

Daar was ik wel voor te porren, met  de eigenaar van twee jonge onbeleerde hengsten naar het buitengebied wandelen teneinde die twee vertrouwd te maken met de omgeving en buitengeluiden. Het aannemen van een bit moeten de paarden nog leren en vandaar dat er niet voor een hoofdstel maar een halster wordt gekozen (dus onvoldoende controle). In de polder draait een loonwerker, bezig met het lawaaierige persen van hooi, onverwacht snel naar onze richting. De hengst die ik begeleid schiet in paniek langs me heen en slaat op hol. Ik kom ten val, het touw vasthoudend sleurt het paard me vele meters mee. Eenmaal tot stilstand blijkt mijn knie ontwricht te zijn waardoor ik er nauwelijks op kan staan. De terugreis heeft heel lang - voetje voor voetje - geduurd. Wekenlang met krukken lopen volgde. 

In de tijd dat ik zaterdags en in de vakantie bij een hoefsmid werkte, bezochten we met regelmaat de manege waar "het paard van de weduwe" in pension stond. Een van het type dat het leven zelf maakt en het liefst heeft dat een ieder uit zijn energieveld blijft. Door een touw met dichtslippende lus op de grond te leggen en het paard daarin te laten stappen was het mogelijk het achterbeen aan de koot omhoog te trekken. Het slaan met dit been vangt het knechtje met zijn armen en rug op. Ondanks de vredestichtende liefkozingen van de manegehouder haalt de ruin breed zijwaarts uit en treft mijn knieholte (ik had onvoldoende  rekening gehouden met zijn angst en reach). Met een salto kom ik plat op mijn rug terecht om vervolgens te zien hoe attent de manegehouder een openstaande boxdeur, waaruit een ijzeren pen steekt, sluit. Met mijn hoofd ben ik rakelings langs deze pen gegaan.

Hooi niet evenredig verdeed

Als vrijwilliger werkend bij een ponyclub zie ik dat het voor twee pony's bestemde hooi niet evenredig is verdeeld in de laag geplaatste ruif. Bukkend bezig met het herverdelen, krijg ik een klap op mijn achterhoofd die mij voorover doet vallen in de ruif. Gelijktijdig met de stoot voelde ik dat er haren werden uitgetrokken. Die ene pony die ik goed ken vanwege zijn onaangepast gedrag (snel opgefokt) heeft mij dit met zijn mondje geflikt. Ongetwijfeld was de reactie bedoeld voor de pony naast hem maar ik was wel degene die rondliep met een bult op zijn hoofd zo groot als een duivenei en met een snijwond erin. 

Als paardenman terugkijkend op mijn leerschool kan ik deze enigszins vergelijken met mijn ervaringen met bijen. Een buurman was net begonnen als imker en had enkele bijenkasten geplaatst nabij een heideveld onder Soestduinen. Op de lagere school had ik een boek gelezen over de gedragingen van bijen; hun wijze van communiceren, de takenverdeling. Hij nodigde mij uit met hem op controlebezoek te gaan. Op de plaats aangekomen, gaf hij me een beschermkap waarvan het gaaswerk voor meer dan de helft los hing. Hijzelf koos voor het intacte exemplaar. Met een after-shave-lucht om hem heen en staande in de aanvliegroute ging hij nogal ruw met een kast om (drie foutjes).

Binnen seconden vlogen bijen mijn kap binnen

Binnen seconden vlogen bijen mijn kap binnen, ik voelde steken in mijn hoofd en gezicht. Trok de kap van mijn hoofd en zette het op een lopen, achtervolgd door een zwerm bijen. Met een zwaar gezwollen hoofd kwam ik thuis en telde veertien steken (was precies mijn leeftijd), de meest pijnlijke in een ooglid en in mijn lippen. En nu, wanneer ik bijenkasten zie staan in een koolzaad- of boekweitveld, stap ik van de fiets af en observeer de bijen langdurig. Geleerd van de onkunde van deze imker, houd ik rekening met de weerbaarheid van deze insecten door ze niet tot verdediging aan te zetten. Aanvoelen, je verplaatsen in de positie van dieren, daarmee verdwijnt menselijke onwetendheid. Zo zie ik dat.