De tekeningen van Wim Romijn (26)

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden één van zijn tekeningen. Dit keer... hengtengedrag.

Er zijn hengsten die als strijdlustige carrièremakers alles en iedereen proberen te overheersen; maar wat wil je als zoveel testosteron je lijf tart en prikkelt. De redelijkheid kan wel eens ver te zoeken zijn en draven ze door.  Wat te denken van die dominante hengst, zo gehecht aan zijn mannelijke kwaliteiten dat hij witheet geraakt bij het zien van de verzorger als deze bij het ingaan van de wintertijd  ‘s morgens een uurtje later arriveert. Een heftig geschraap met de hoeven over de grond, gevolgd door geklauw en met de voorbenen opspringen op de manier van een ijsbeer die bij de robbenjacht zijn gewicht inzet om door het ijs te breken. In een dreighouding kijkt hij woest naar soortgenoten op stal en gaat nog even door met rauzen in de krib waardoor voer verloren gaat.

Hengstveulens in het bijzonder zijn in staat hun eigen paradijsje te creëren. Zonder noemenswaardige investering, hooguit een begroetingshinnik of een moment van vertederend oogcontact, bespeelt zo’n hengstje met flair een zachtaardig meisje  of palmt een echtpaar in dat hem als hun kind beschouwt. Zij halen in korte tijd het maximale uit het leven en sublimeren tegelijk hun onhebbelijkheden. Ook onderling is hun gedrag niet altijd leuk; naar hun moeder toe kunnen ze balorig zijn en leeftijdsgenoten maken elkaar het leven zuur met imponeer-spellen waarbij met hagelwitte melktandjes de huidspanning van de ander wordt getest. Er wordt met gelijke munt terugbetaald, een natuurwet in de paardenweide.  De allerjongsten blijven niet voor niets dicht bij hun moeder. En wee je gebeente als zo’n kleintje terug dreigt of een impulsieve schijnbeweging naar een ouder hengstje durft te maken. 

Voortdurende competitie

Bij de voortdurende competitie tussen jonge hengsten kan men waarnemen dat het onderlinge bijtgedrag minder wordt bij het wisselen van tanden, voor de eerste keer op tweejarige leeftijd wanneer vier veulentanden plaats maken voor paardentanden. Er is altijd wel imitatie-bijtgedrag en het is zeker geen uitzondering als er toch nog eentje met een sliert bloederig speeksel op zijn lijf rondloopt omdat de ander het niet kon laten. Met de doorgroei van de grotere paardentanden wordt namelijk het tandvlies iets opengelegd en dat gaat gepaard met een beetje bloeding. Een randje tandvlees achter de bovenzijde van de veulentanden houdt de tanden nog enige tijd vast. Onder de omgeslagen, tegen het gehemelte gedrukte melktanden hopen zich voedselresten op die een slechte adem veroorzaken. In deze periode knabbelen de paarden wat intensiever en voorzichtiger aan twijgen en takken. Op enig moment is te zien dat de twenter(tweejarige) een loszittende  melktand is kwijtgeraakt. De paardentand  met een scherp en onregelmatig snijvlak is meteen goed zichtbaar.

Weten sommige vrouwen een stoethaspelig manspersoon nog enigszins te accepteren (binnen zekere grenzen), een merrie is meer gebaat bij een hengst die blaakt van zelfvertrouwen, dominant en moedig is; een leider die haar en haar jong weet te beschermen. Dit verklaart het gedrag van de hengst; hij moet voortdurend autocraat (heerser) spelen.

Generaliseren
Generaliseren moet men maar niet te veel doen, ook niet ten aanzien van hengsten. Geen hengst is volledig vergelijkbaar met een andere; er zijn immers verschillen in ras en temperament. Ieder ervaren paardenmens kent wel een hengst waarvan hij/zij aanvankelijk dacht met een ruin van doen te hebben. Vlak de opvoeding van hengsten ook niet uit. Hoeveel tijd is hierin gestoken en met hoeveel geduld en liefde.  Als je met hengsten kunt omgaan, hun psyche weet te doorgronden en daar naar handelt, hen respecteert zoals ze zijn, dan zijn het paarden in optima forma.