De tekeningen van Wim Romijn (27)

De Groningse kunstschilder, illustrator en auteur Wim Romijn geniet internationale faam als paardenschilder. Daarnaast schildert hij landbouwhuisdieren en wildlife. Zijn ontwerpen en illustraties dienden voor de vervaardiging van wenskaarten, kalenders, posters, borduurpakketten, portfolio’s en giclées. Hij toont op gezette tijden één van zijn tekeningen. Dit keer... boerenzwaluwen.

Na het uitvliegen van het eerste nest jongen doet het zwaluwouderpaar het even rustiger aan. Enkele stellen beginnen echter aan de bouw van een nieuw nest. Het zal zo zijn dat de plaats van het eerste bouwsel niet voldeed. Als de verkenningstochten achter de rug zijn, laten de jongen zich na een paar dagen maar heel af en toe overdag zien. Wel keren ze de eerste tijd ‘s avonds terug om de nacht in de stal door te brengen. Maar bij een zware onweersbui overdag is het een drukte van je welste ; met een ongeremde snelheid vliegen ze, herkenbaar aan hun gele bekjes en korte staarten, de stal binnen om te schuilen.

Waar zwaluwen nestelen, hebben heel wat zangvogels hun leven aan hen te danken. Het is een doeltreffende tactiek van de sperwer om vanuit de lucht met grote vaart, of vanuit een hinderlaag in de bosjes, vogels te verrassen. Zwaluwen zijn altijd in de lucht en bespeuren heel gauw onheil. Je staat er van versteld hoeveel zwaluwen in geen tijd zich in de lucht verzamelen en met alarmkreetjes op de sperwer duiken en hem verjagen. Boerenzwaluwen voeren ook groepsgewijze duikvluchten uit op een stropende kat die zich op een schuurdak bevindt of op eksters die de struiken afstruinen op zoek naar nesten.

Trots op mijn boerenzwaluwen

Daarom ben ik zo trots op mijn boerenzwaluwen. De functieloze elektriciteitsbuis die op een hoogte van drie meter vanaf mijn woning naar een oude koestal loopt, laat ik gewoon zitten. Het verwijderen zou goed zijn om ergernis weg te nemen; bij het snoei - en schilderwerk zit ik er met de ladder regelmatig tegenaan. Maar ik laat hem hangen; de buis is in gebruik om te kunnen zingen, poetsen, paren, voeren en rusten.

Het onderdak verschaffen draagt verantwoordelijkheid met zich mee. Toen een heel jonge zwaluw, die nog maar net het nest had verlaten, een kleine ruimte tussen de nok van het dak en het plafond van een zolderkamer invloog en niet terugkeerde, ben ik  - met planken voor me uit schuivend – die ruimte ingegaan. Languit liggend trok ik me met mijn armen vooruit. De zwaluw kreeg ik niet te zien. Bijna op het einde van die zeer nauwe en warme ruimte kreeg ik een claustrofobische aanval; het zweet brak me alle kanten uit, mijn hart ging tekeer. Ik had tijd nodig om me te vermannen. Hoestend en proestend, onder de stofwebben , me naar achteren duwend, lukte het me de ladder te bereiken. Na dit voorval mijd ik kleine ruimten. Voor mij geen grottenexcursie of Egyptische piramiden van binnen bekijken (bovendien heb ik vliegangst).

Terugreis naar Afrika

En dan is het september geworden; de zwaluwen maken zich op voor de terugreis naar Afrika. De jonge vogels maken veel vlieguren om zich sterk te maken en om de omgeving in te prenten. In groten getale brengen de boeren- en huiszwaluwen nu de nachten door in beschutting biedende maisvelden. Een klein aantal boerenzwaluwen blijft de stallen nog even trouw. Een enkele keer vliegen ze overdag even in en uit.

Na hun vertrek gaan veel mensen- vooral zij die op het platteland wonen – de zwaluwen missen; ruim een half jaar niet meer hun stemmetjes in de lucht. Er zit niets anders op dan uitzien naar hun terugkeer in april, zoveel mogelijk de lucht afturen waarna andere vogelvrienden  afgetroefd kunnen  worden “ik heb vanmorgen de eerste gezien”; een kinderachtig spelletje, ik weet het. En als de eerste mijn inpandige stal binnenvliegen, praat ik tegen ze, heet ze welkom.

Het is niet erg om als een zonderling gezien te worden; bovendien, het went snel.