Papegaaischieten in de polder

Twee Dollardpolders vieren feest. De Oostwolderpolder is dit jaar 250 jaar oud, de Finsterwolderpolder 200 jaar. Tussen die beide polders ontwikkelde zich een buurtschapje, Lutje Loug, iets ten noorden van Oostwold.

De kronkelende Oude Geut ontspringt in de buurt van Scheemda, meandert door de polders en watert uit in de Dollard. Het veenriviertje wijkt af van het strakke patroon rondom: een streng en geordend land. Het polderbestuur van de net gereedgekomen Oostwolderpolder (1769) denkt dat deze natuurlijke afwatering zal volstaan, maar blijkt het al snel mis te hebben. En laten de ingelanden een zijlhuis bouwen en benoemen ze Johannes Brunius in 1772 tot eerste zijlwaarder oftewel
sluismeester in de nieuwe polder.

Johannes vader was ook zijlwaarder, dus hij kent het klappen van de zweep. Volgens het reglement is Johannes aangesteld om 'op alles wat tot de zijl behoort goede agt te nemen, dat daaraan niets beschadigt of verlustigt wordt.' Voor het dag en nacht waken over het water krijgt hij een salaris van 200 gulden per jaar en de beschikking over vrij wonen in de sluiswachterswoning, het Zijlhuis genaamd. Hij mag van het polderbestuur 'herberge houden', hetgeen Brunius ook doet: een inventarisatie van zijn huisraad omvat zes bierpullen en twee jeneverglaasjes.

Twee geweren
Zijn woning richt hij eenvoudig in. Uit voorzorg tegen onverlaten die het wellicht op hem en zijn gezin hebben voorzien, schaft hij wapentuig aan: twee geweren, een piek en een sabel. Rond zijn woning houdt hij twee koeien, drie kalveren, drie schapen, een ram en twee varkens. Hij maakt er het beste van op die eenzame plek in de weidse polder. In 1791 zorgt hij voor enig vertier en houdt in het Zijlhuis een verloting met als hoofdprijs een melkvaars. Tussen 1802 en 1804 adverteert hij met papegaaischieten. Deelnemers, zo meldt de advertentie, moeten een blikken vogel van een hoge paal afschieten.

’Langdurige sukkeling’
Met zijn eerste vrouw Elisabeth krijgt Brunius zes kinderen, maar drie ervan sterven jong. Bij de geboorte van het zesde kind overlijdt ook zijn vrouw. Vier jaar later hertrouwt hij en bij zijn tweede vrouw Wupke krijgt hij ook zes kinderen. Van de twaalf blijven er slechts vijf in leven. Zelf overlijdt Johannes op vrijdag 13 september 1805 na, zoals zijn vrouw in een krantenadvertentie schrijft, 'een langdurige sukkeling'.

De weduwe mag nog aanblijven als zijlwaarderze maar twee jaar na de dood van haar man neemt ze ontslag. Ze maakt niet meer mee dat in de nacht van 30 september op 1 oktober 1807 bij een vliegende noordwesterstorm de sluisdeuren aan flarden slaan.

Na de inpoldering van de Finsterwolderpolder (1819) komt er meer leven in de brouwerij in Lutje Loug en vestigen zich daar de eerste bewoners. Zeker als in 1860 de eerste leerlingen naar het schooltje gaan wordt Lutje Loug een levendige dorpsgemeenschap. Maar dat is een ander verhaal.

Cees Stolk

In deze rubriek vertelt De Verhalen van Groningen verhalen uit jouw streek. Meer weten of een uitgebreider artikel lezen? Kijk dan op www.deverhalenvangroningen.nl/regio