Marc! Wil je nu wielrenner worden of wat?

Assen

Marc de Maar, geboren Assenaar en professioneel wegwielrenner, ontbeerde de folteringen van de eerste Drenthe 200. Hij kwam als tweede over de meet.

Zijn verhaal: “Elf winterseizoenen heb ik erop zitten als profwielrenner met de daarbij behorende standaardvoorbereidingen. Het begint een beetje saai te worden en wat doe je dan? Je gaat op zoek naar nieuwe uitdagingen en dan zijn er een drietal ‘Drentse Beulen’ die op vierde kerstdag een tweehonderd kilometer lange mountainbikewedstrijd organiseren. Ik weet niet wat voor bekentenis zij willen afdwingen doormiddel van hun folteringen: modderpaden en weilanden waardoor je je al duwend en trekkend en tot aan je knieën in het slijk een weg moet banen, en dan heb ik het nog niet eens over de weerzinwekkende afstand van 200 kilometer.” “Mijn wieg stond niet ver van een koe in een Drentse wei en dus ook niet ver van de blubber, derrie, slijk en prut. Het leek me gaaf en vooral uitdagend om deze helletocht te trotseren! Zo sta ik dus op vierde kerstdag om iets voor zes uur 's ochtends in het donker, met een schijnwerper op mijn helm, aan de start van de Drenthe 200.” Luik-Bastenaken-Luik “Ik heb de nodige wedstrijden gefietst in mijn leven, van ‘Rondom de bult van Usqert’ tot aan ‘Luik-Bastenaken-Luik’ en van het WK tot de Ronde van Italië. Een pak ervaring zou je zeggen, maar ik moet toch toegeven dat ik enigszins bevangen ben door zenuwen. Waar ben ik aan begonnen?!” “Veel tijd om na te denken heb ik niet want ik moet gelijk in de achtervolging. Ik sluit aan bij de kopgroep van acht renners met onder anderen Onno Reijnhout. Na vijftig kilometer in het donker gerodeerd te hebben vindt Onno het tijd om te beginnen en geeft er een klap op. Aan mijn smeekbedes om nog even te wachten geeft hij geen gehoor. Stoïcijns geeft hij gas op het meest technische gedeelte van het parcours. Bewapend met slechts een fietspomp is het met nog honderdvijftig kilometer te gaan al een man tot man gevecht.” “Maar van een echt gevecht is al snel geen sprake meer. De ontketende Onno is in geen natte velden of modderwegen meer te bekennen. Toch houd ik stille hoop dat Onno (die woonachtig is in Donderen en alleen heen en weer fietst naar zijn werk, volgens Strava), problemen krijgt met de afstand. Maar na 160 kilometer krijg ik Onno’s voorsprong door en blijkt dat hij weer verder is uitgelopen.” Cassette “Tot overmaat van ramp loopt even later mijn cassette volledig vol met modder en krijg ik de ketting niet meer rond. Terwijl ik over mijn cassette urineer om de draaiende deeltjes weer in beweging te krijgen realiseer ik me dat de strijd is gestreden. Tegelijkertijd vraag ik mezelf af of ik wel goed op Onno zijn Strava had gekeken en de school waar hij lesgeeft niet in Utrecht staat in plaats van Groningen.“ “Eenmaal weer in het zadel gaan de folteringen van de drie Drentse Beulen gewoon door. Fysiek krijgen ze me misschien kapot, maar mentaal zal ik niet breken. Om de fysieke pijn enigszins te verzachten begin ik ter hoogte van Huis ter Heide uit volle borst spontaan 'De eenzame fietser' van Boudewijn de Groot te zingen. Misschien beginnen ook mijn geestelijke vermogens nu in rap tempo te kraken. Plots hoor ik een herkenbare stem in mijn hoofd: 'Marc! Wil je nu wielrenner worden of wat?' Het is de stem van mijn jeugdtrainer Jaap Kievit. En verdomme, hij had gelijk! Als tweehonderd kilometer op de mountainbike alles is wat daarvoor nodig is! Tandje erbij!” “Voor ik het weet nader ik de modderpaden van Roden en niet veel later passeer ik het verlossende één-kilometer-bordje. De beulen hebben me niet klein gekregen! Ik passeer de finish. Na al die jaren ben ik eindelijk wielrenner!” Gevoel van opwinding “Mijn gevoel van opwinding, opluchting en euforie zijn niet te beschrijven. Ik word er zelfs emotioneel van. Ik zit in een soort van emotionele achtbaan. En net op het moment dat mijn wagonnetje zich naar beneden stort drukt het hulpje van de beulen zijn microfoon onder mijn neus en vraagt: 'Wat vond je van deze helletocht?' Zoekend naar woorden zeg ik tot mijn eigen grote verbazing: 'Geweldig!' Waarop het hulpje vervolgens vraagt: 'En, kom je volgend jaar weer terug?' Als ik bevestigend antwoord zie ik vanuit mijn ooghoeken de drie beulen sadistisch glimlachen...”

Auteur

Arjan Brondijk