Kerst en het verlangen naar rust en stilte - column

Winschoten

Alleen het begrip al: Feestdagen, in één adem genoemd met gezelligheid, knusheid en samenzijn. Samen met familie of vrienden, gebogen over kalkoen, ossenhaas, garnalencocktail of biefstuk. En voor de niet-creatievelingen is er altijd nog het gourmetstel, ofwel turen naar een stukje vlees, dat zwartgeblakerd in een klein steelpannetje ligt te sudderen.

Om de feestvreugde te verhogen klinkt op de achtergrond All I want for Christmas is you of het tenenkrommende Last Christmas van Wham. Het schijnt bij de kerstdagen te horen. Een blik op Facebook maakt dit duidelijk. Iedereen heeft het 'gezellig' met kerst. En ook heeft iedereen 'heerlijk gegeten', want een stoet aan foto's van in Hongaarse boter gesmoorde eland, opgediend met een snufje Spaanse dille en gefrituurde egels, waarvan alle stekels er vooraf met een nijptang vakkundig zijn uitgetrokken, passeert de revue op dit social media-platform. Ik heb kerst nooit iets aan gevonden en het waarom werd mij de afgelopen twee dagen duidelijk. Twee dagen ja, want beide kerstdagen kwamen er mensen over de vloer. Gezellig, zo werd mij verteld en 'jij doet ook gezellig mee'. Me een paar dagen per jaar aanpassen lukt nog wel, en een paar uurtjes keuvelen zonder er op gezette tijden een sarcastische opmerking uit te gooien lukt ook nog. Maar langer ook niet, en dat is juist het punt; het gaat niet om een paar uurtjes, het gaat om uren. De gasten komen 's morgens en halverwege de avond nokken ze weer af. Wie heeft dit bedacht? En dat is op zich nog niet het ergste, maar waarom moet een mens al die vele uren geluid produceren? Het is namelijk een misvatting dat de stembanden er zijn om urenlang gebruikt te worden. Een tong kan immers ook uit de mond worden gestoken, vingers kunnen ook bewegen en datzelfde geldt voor de benen. Om nu urenlang kniebuigingen te maken, terwijl je tong uit je mond hangt en je met je vingers denkbeeldig de vijfde symfonie van Sjostakovitsj speelt, zou raar zijn. Constant praten wordt echter niet als vreemd ervaren. Integendeel; op gezette tijden niets zeggen, mijmeren en dagdromen wel. Zo nu en dan zwijgen is namelijk ongezellig, de zwijger zit ergens mee, hij heeft zorgen of zit niet lekker in z'n vel, want 'hij is zo stilletjes'. Neen mensen, de zwijger is juist gelukkig, de zwijger heeft geen zin om te praten over oma Riet, die al weken kampt met een verstuikte kringspier, of de huwelijksperikelen van Anita en Jaap. De zwijger luistert graag, laat zijn gedachten gaan en denkt (met name dit). De zwijger verlangt op gezette tijden simpelweg naar rust en stilte. Niets meer, niets minder. Arjan Brondijk

Auteur

Arjan Brondijk