Corina leert nog elke dag van haar werk

Haren

Iedere dag stappen duizenden mensen in de bus. Onderweg naar werk, school, familie, vrienden of misschien wel die ene belangrijke afspraak. In deze rubriek leren we de persoon achter de reiziger kennen. Vandaag: medisch assistent Corina Arends (46) uit Emmen op weg naar haar werk in het UMCG in Groningen.

De klok tikt 06:49 aan als de bus stopt bij halte P+R in Haren. Het is een zomerse dag, maar de meeste mensen die nu de bus binnenlopen zijn niet gekleed op een dagje strand of een picknick in het park. Dat geldt ook voor Corina Arends. Ze zoekt een plekje in de staart van de bus en geniet nog even van de ochtendzonnestralen in haar gezicht. Over pakweg een uur staat ze in de steriele operatiekamer van het ziekenhuis. 

Corina is namelijk medisch assisterend medewerker bij oogkundige operaties in het UMCG. Ze is als het ware de rechterhand van de oogchirurg. ,,Ik ben 1 mei begonnen”, zegt ze enthousiast. ,,Ik was op zoek naar een nieuwe uitdaging. Het is geweldig werk, ik heb het enorm naar mijn zin.”

Auto parkeren in Haren

Het vak is niet nieuw voor de 46-jarige inwoonster van Emmen. Ze werkt al dertig jaar in het ziekenhuis, waarvan 15 jaar als medisch assisterend medewerker. Corina wist al van kinds af aan dat dit was wat ze wilde doen. Het is haar uiteindelijk - met een kleine omweg - gelukt om op deze plek te komen.

Nu stapt ze ’s ochtends rond de klok van zeven uur op in Haren. Ze parkeert haar auto daar en reist het laatste stukje met de bus. Rond het ziekenhuis kan ze haar auto bijna niet kwijt. Bovendien is ze aan het einde van de werkdag sneller de stad uit met de bus dan met haar eigen auto. ,,Met de bus reizen vind ik eigenlijst best lekker”, zegt ze. ,,En het wonen in Emmen is heerlijk. Ik hou van de grote stad, maar het platteland blijft mooi om naar terug te gaan.”

Medisch assistent zijn is dankbaar werk

Corina praat gepassioneerd over oogkunde. Alles op het gebied van dat vak vindt ze bijzonder. ,,Het oog is een heel klein bolletje waar je mee kijkt, maar het zit zo geavanceerd in elkaar. Ik verbaas me altijd weer wat je allemaal kan opereren als er problemen in dat bolletje optreden. Daar leer ik elke dag van.”

Het is ook dankbaar werk volgens de medisch assistent. ,,Vaak geef je mensen hun zicht weer terug. Daar zijn de mensen heel dankbaar voor.” 

Ook minder leuke aspecten aan haar baan

Toch schijnt de zon niet altijd in de operatiekamer. Er zijn ook momenten dat het oog niet meer te redden is en Corina en haar collega’s het oog van de patiënt moeten verwijderen. ,,Dat zijn geen leuke dingen om te doen”, vertelt ze terwijl we de binnenstad van Groningen binnenrijden. ,,Je bent liever een oog aan het redden dan dat je deze maatregel moet nemen. Het is wel zo dat daar dan vaak al een heel proces aan vooraf is gegaan. Je raakt niet zomaar een oog kwijt.”

Het lukt Corina wel om haar werk thuis te laten en de narigheid die ze soms tegenkomt in het ziekenhuis te parkeren voor de volgende dag. Al moet ze zeggen dat het met de ellende vaak wel meevalt op de afdeling Oogheelkunde. ,,Het ergste wat mensen kan overkomen is dat ze blind raken. Dat is heel erg voor de mensen, maar het is niet zo dat ze er dood aan gaan. Er valt mee te leven en dat maakt het vak ook wat draaglijker vergeleken andere afdelingen in het ziekenhuis.”

Corina krijgt ook niet echt de kans om een band op te bouwen met de patiënten in de operatiekamer. ,,De mensen zie je maar heel kort. Ze komen de operatiekamer binnen, je weet wat hun ziektebeeld is en daarna gaan ze weer weg. Dat is ook wel goed, omdat je er anders wordt ingezogen. Nu kan je het oppervlakkig houden en geïnteresseerd zijn op professionele basis.”

Dat maakt sommige gevallen niet minder tragisch dan ze zijn, benadrukt Corina. Haar collega’s kregen laatst een jongen van zes jaar op de operatietafel. Hij had te dicht bij het vuurwerk gestaan dat door zijn vader was afgestoken. ,,Die jongen is nu zijn oog kwijt. Dat zijn schrijnende gevallen die je wel raken.”

Kinderen moeten een vuurwerkbril op

Corina is zelf ook moeder van twee kinderen. Ze verbiedt het afsteken van vuurwerk niet, maar zorgt er wel voor dat haar kroosten van 11 en 14 een bril dragen. Liever gaat ze met hen mee naar hun favoriete hobby; paardrijden op de manege. ,,Daar zit veel tijd in”, vertelt ze.

,,Ik moet er hier wel uit hoor”, zegt Corina dan geëxcuseerd. Eenmaal uit de bus ziet ze dat ze nog een kwartier heeft voor haar dienst begint. Hoe haar dag er vanaf nu uitziet? Zometeen eerst maar een kopje koffie, dan operaties tot half vijf en als er daarna geen spoedoperaties meer zijn is ze rond half zeven weer in haar woonplaats Emmen. ,,Dan ga ik met een goed boek de tuin in om nog even van het weer te genieten. Die heerlijke zonnestralen krijg je in de operatiekamer niet mee.”


Auteur

Magda Dullemond Webredacteur